Tekst Annette Duivenvoorden, Platform31
Foto Fred Libochant

Onderdeel van katern 1: Wonen met zorg

Klik op de drie streepjes linksboven voor de complete inhoudsopgave

De zegswijze ‘Oost West, thuis best’ geldt voor de meeste mensen. Senioren geven zelf aan zo lang mogelijk in de eigen woning en vertrouwde buurt te willen blijven wonen. Dit gaat ook op voor mensen met een zorgvraag.

Langer thuis is meer dan enkel een woning

Deze groep mensen is heel divers; van kwetsbare ouderen tot mensen met psychische, psychosociale, verstandelijke of lichamelijke beperkingen. Naast een prettige en geschikte woning, bestaat het ‘thuis best’ ook uit een toegankelijke omgeving met goede looproutes in een buurt die veilig en levendig is. Een sociale kring, een mantelzorger of aanspreekpunt voor stut-en-steun en voorzieningen in de buurt zoals een arts, apotheek, buurthuis, supermarkt, een OV-halte of een plek om anderen te ontmoeten.

Over wie hebben we het dan?

  • Nederland vergrijst: Volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) telt Nederland in 2018 1,3 miljoen 75-plussers, en in 2040 2,5 miljoen. Van de 75-plussers woont nu 92 procent zelfstandig. 25 procent maakt gebruik van zorg of ondersteuning uit meer dan 1 domein en 38 procent is kwetsbaar. Waar nu een 85-plusser een beroep kan doen op vijftien relatief ‘jonge’ mantelzorgers (50 tot en met 75 jaar), zijn dat er in 2040 nog maar zes.
  • Mensen met een beperking: Afhankelijk van de definitie wonen er in Nederland 1,35 tot 5,2 miljoen mensen in de leeftijd tussen 15 en 75 jaar die in het dagelijks leven last hebben van belemmeringen vanwege een chronische ziekte, een psychische aandoening of een verstandelijke-, zintuiglijke- of lichamelijke beperking.
  • Dak- en thuislozen: De Raad van Volkshuisvesting en Samenleving ziet het aantal daklozen in Nederland oplopen tot bijna 40.000 mensen. Deze groep wordt steeds meer divers, waaronder de groei van jongeren (18-/18+), die ondersteuning krijgen vanuit de Jeugdwet.

Trends

De visie op hoe mensen met een zorgvraag wonen is de afgelopen decennia sterk veranderd. Vroeger werden mensen met een intensieve zorgvraag opgevangen binnen gespecialiseerde instellingen die behalve de zorg ook huisvesting boden. Deze instellingen vormden eilandjes binnen de samenleving. De laatste jaren is de roep om een inclusieve samenleving versterkt. Mensen met een beperking moeten mee kunnen doen in de samenleving en wonen - net als mensen zonder een beperking - zoveel mogelijk ‘gewoon’ in de wijk, zoals aangegeven in het onderstaande figuur.

Dit wordt bovendien gesteund door het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap die het recht op het mee doen in de samenleving benadrukt. Vanuit het VN-verdrag hebben mensen met een beperking recht op het zelf kunnen kiezen waar zij wonen en met wie. Ook hebben zij recht en toegang tot zorg en ondersteuning op maat die nodig is om zelfstandig te wonen en aan de samenleving te kunnen deelnemen.

Figuur 2 online magazine wonen en zorg
De visie op het wonen met zorg van commissie Dannenberg. Bron: Inhoud en vormgeving eigendom van Platform31 (en vormgeving bewerkt door het ministerie van BZK).

De stap naar de participatiesamenleving gaat uit van de veronderstelling dat burgers zelf meer taken op gaan pakken van formele spelers. Vrijwilligers en mantelzorgers spelen hierbij een belangrijke rol. Een voorbeeld is Nederland zorgt voor elkaar, waarbij burgerinitiatieven zijn aangesloten die lokaal zorgen voor zorg van naasten of door samenredzaamheid in de wijk te ondersteunen en te organiseren.

De Woningwet, Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en Zorgverzekeringswet (Zvw) spelen in op maatschappelijke veranderingen. Gemeenten hebben door deze decentrale wetten beleidsinstrumenten in handen om samenhang voor wijkbewoners met beperkingen te creëren. Denk aan:

  • de mogelijkheid om prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties te maken;
  • de mogelijkheid in de omgevingsvisie voorwaarden op te nemen voor de opbouw van wijken en de uitrusting van wijken;
  • de bevoegdheid van gemeenten om Wmo-budget in te zetten voor basisvoorzieningen in wijken.

Binnen de prestatieafspraken staat wonen met zorg op de agenda. Voor een goede samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorgpartijen lopen meerdere trajecten. Ook kan de samenwerking op lokaal niveau worden bezien vanuit de meerpartijensamenwerking om tot een gedeelde ambitie en uitvoering te komen.