Tekst Tanja Morsheim en Daphne Bouman, Platform31
Foto Riesjard Schropp (2015)

Om samen prettig te wonen in de wijk is het belangrijk om zowel de fysieke woonomgeving als sociale activiteiten op orde te hebben.  Het verschil maak je ook door de juiste voorzieningen toegankelijk te maken voor alle bewoners én onderlinge ontmoetingen te stimuleren. De benadering van leefbaarheid gericht op de schone en veilige leefomgeving maakt plaats voor een aanpak met een meer sociale kijk: wat hebben de bewoners nodig op het gebied van ontmoeting, zorg en fijn wonen?  Woningcorporaties kunnen door de aangepaste woningwet een belangrijke rol spelen in deze hernieuwde kijk op de wijk.

Klik op de drie streepjes linksboven voor de complete inhoudsopgave of lees alle verhalen in het magazine via de pijlen aan de zijkanten van het scherm

De oorsprong van de gemengde wijk

Sinds de economische crisis, het beëindigen van het grote stedenbeleid, de herziene woningwet en de decentralisaties in onder meer het sociaal domein zijn de verschillen in leefbaarheid tussen wijken gegroeid. Na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog zetten overheden en corporaties in op de gemengde wijk in als beleidsideaal om negatieve gevolgen van grote hoeveelheden van bepaalde bewonersgroepen in een buurt tegen te gaan: via nieuwbouw,  herstructurering en transformatie in een buurt. De gemengde wijk was een van de uitgangspunten in het grotestedenbeleid (zie kader) in de periode van 1994 tot 2011. Door de economische crisis (2008) werd er minder geïnvesteerd in leefbaarheid. Daarnaast werd de inzet op leefbaarheid met de Herziene Woningwet (2015) begrenst. Tegelijkertijd vonden er decentralisaties plaats in het Sociaal Domein, waardoor de inzet op welzijn veranderde. De instroom van kwetsbare groepen in al kwetsbare wijken zorgt voor minder veerkracht en grotere verschillen tussen wijken.

Het grotestedenbeleid (GSB)

Het grotestedenbeleid (GSB) is in 1994 door de Nederlandse rijksoverheid opgezet. Het GSB had als doel het wonen, werken en leven in de 34 grotere steden te verbeteren. In het grotestedenbeleid wordt voor een periode van 5 jaar afgesproken welke resultaten op verschillende terreinen gehaald moeten worden. In het beleid wordt aan de steden overgelaten hoe deze resultaten behaald gaan worden. Het grotestedenbeleid werd door het Rijk ondersteund met investeringsbudget stedelijke vernieuwing. 

Twee onderzoek van RIGO genaamd 'Veerkracht in corporatiebezit' in 2018 en 2020 bevestigen ook dat kwetsbare wijken kwetsbaarder werden. Dit kwam onder andere door de instroom van huishoudens met lage inkomens in kwetsbare buurten. “Nieuwe bewoners hebben niet alleen overwegend een laag inkomen, maar zijn ook vaker laagopgeleid en hebben vaker te maken met psychische problemen, fysieke gezondheidsproblemen of een licht verstandelijke beperking”, stelt het RIGO-rapport. De concentratie van kwetsbare bewoners leidt tot minder veerkrachtige wijken. Door deze concentraties staat de leefbaarheid onder druk in wijken waar woningcorporaties veel bezit hebben. Om de druk op leefbaarheid te beperken is het dus zinvol om in wijken te differentiëren.

Verschillen in leefbaarheid (Leefbaarometer)
Er ontwikkelen zich steeds grotere verschillen in de leefbaarheid tussen wijken. Bron: Leefbaarometer

Leefbaarheid in wijken staat weer hoog op de agenda. De Tweede Kamer heeft in maart 2021 een wijziging van de Woningwet aangenomen waarin corporaties meer mogelijkheden krijgen voor verduurzaming van de woningen en het verbeteren van de leefbaarheid. Corporaties kunnen weer meer activiteiten gaan faciliteren om wijkbewoners in contact te brengen. Ook worden belemmeringen weggenomen om te investeren in maatschappelijk vastgoed, zoals een buurtcentrum of een dagbestedingsruimte voor zorgbehoevenden.

Differentiatie met aandacht voor de mens

Een manier om de verschillen tussen wijken te verkleinen is door het differentiëren van wijken. Differentiëren is het bieden van een grotere variatie aan woningen en dus bewoners in de wijk, ook wel een ‘gemengde wijk’ genoemd. Differentiëren draagt bij aan het verbeteren van de leefbaarheid op wijkniveau. Het rapport Kwetsbare wijken in beeld van Platform31 (2017) stelt dat uit onderzoek naar buurteffecten blijkt dat verschillende bevolkingsgroepen in een wijk beperkt contact hebben. Een zichtbare verbetering van de wijkstatistieken, dit gaat immers over gemiddelde cijfers per wijk, staat niet per definitie garant voor een verbeterde leefkwaliteit van de bewoners in de wijk. Dat betekent dat hiervoor specifieke aandacht nodig is. Om een concreet voorbeeld te noemen: de wijkstatistiek is een gemiddelde en kan op bijvoorbeeld de indicator ‘inkomen’ voldoende zijn, terwijl er bij groot aantal bewoners sprake is van armoede en schulden. De leefkwaliteit van deze bewoners kan worden verbeterd door een specifieke aanpak op armoede en schulden voor en met deze bewoners te organiseren.

Nederland wordt diverser. Steeds meer mensen uit verschillende culturen vestigen zich in Nederland (WRR, De Nieuwe Verscheidenheid, 2018). Gemengde wijken biedt bewoners kansen om elkaar te ontmoeten en prettig samen te wonen, doordat ze bijvoorbeeld gebruik maken van dezelfde voorzieningen, elkaar ontmoeten bij het schoolplein of samen activiteiten ondernemen. Een brede, fysieke én sociale aanpak is nodig om de leefbaarheid stap voor stap te verbeteren in een wijk.  

Bron: Paul Voorham (2020)

Leefbaarheid integraal aanpakken

Er is sprake van een trendbreuk: in bovenstaande paragraaf gaat het begrip leefbaarheid over fysieke ingrepen in de woonomgeving en het mixen van woningtypes. Tegenwoordig wordt bij leefbaarheid meer gedacht aan de mensen die er wonen en aan de opvang van kwetsbare of verwarde personen. Meer persoonlijke hulp in de wijk kan hierdoor bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid.  Dit vereist een integrale aanpak waarin gelijktijdig gewerkt wordt aan het differentiëren van wijken, het ontmoeten tussen bewoners en investeren in sociaal beheer. Recente onderzoeken wijzen op het belang om bij het verbeteren van de leefbaarheid integraal naar de wijk te kijken: welke opgaven spelen er in de wijk en hoe kunnen deze gezamenlijk door gemeenten, corporaties en maatschappelijke organisaties worden opgepakt?

Paradigmashift van leefbaarheid in wijken
Bron: Platform31

Succesfactoren en bouwstenen voor leefbare wijken

De Volkshuisvestelijke prioriteiten (2021 –2025) onderstrepen deze verschuiving. Dit zijn de rijksprioriteiten met betrekking tot het terrein van de volkshuisvesting. Deze prioriteiten stimuleren dat in de lokale samenwerking tussen woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties landelijk aandacht wordt besteed aan met de corporatiesector vastgestelde thema’s. De prioriteit ‘Investeren in leefbaarheid' gaat in op fysieke en sociale opgaven die nodig zijn om te voorkomen dat de leefbaarheid in de toekomst achteruit gaat. Woningcorporaties worden met deze prioriteit gestimuleerd om te investeren in leefbaarheid door wijken te mengen door herstructurering van woningbezit en met behulp van het huurbeleid.

Door te investeren in sociaal beheer weten woningcorporaties wat er speelt en leeft in de wijk. Daardoor kunnen klachten of overlastsituaties worden voorkomen.

Door ontmoetingen tussen bewoners mogelijk te maken en te stimuleren dat bewoners duurzame sociale netwerken in hun omgeving vormen. Dit stimuleert buurtgenoten om samen te werken aan een prettige leefomgeving. En door te investeren in sociaal beheer weten woningcorporaties wat er speelt en leeft in de wijk. Daardoor kunnen klachten of overlastsituaties worden voorkomen. In sommige situaties is samenwerking tussen lokale partijen van belang (corporaties, gemeenten, huurdersorganisaties, politie, GGD, GGZ). Ook het rapport Wijk in Zicht geeft een aantal succesfactoren voor leefbaarheid in de wijk waar corporaties en overheden zich op kunnen focussen:

  1. Stel het toekomstperspectief van bewoners centraal (niet de wijkstatistieken).
  2. Fysieke wijkverbetering is een middel om wijken vooruit te helpen, niet het doel.
  3. Een integrale aanpak is nodig. Een samenhangende inzet op ondersteuning, participatie, veiligheid en fysieke vernieuwing zal de leefbaarheid op de lange termijn verbeteren.
  4. Ga de wijk in met sterke frontlinieprofessionals met handelingsruimte.
  5. Het verbeteren van de leefbaarheid is een proces van de lange adem. Ga daarom meerjarige samenwerking aan en zorg dat het niet te veel op projectbasis wordt gewerkt.
  6. Investeer in kleinschalige initiatieven en projecten met grote uitstraling en betekenis.

Differentieer, zorg voor ontmoeting én investeer in sociaal beheer

Een succesvolle aanpak van de leefbaarheid betekent een combinatie van verschillende oplossingsrichtingen. Er is meer nodig dan het differentieren van de woningen in de wijk. Gemeenten, corporaties en maatschappelijke organisaties zetten in op sociale cohesie in de buurt door ontmoeting. Het is belangrijk dat kwetsbare bewoners tijdig ambulante begeleiding krijgen en dat er voldoende buurtvoorzieningen zijn. Integrale samenwerking met een blik op de lange termijn tussen corporaties, maatschappelijke organisaties, zorgpartijen, huurdersverenigingen en overheden is hierbij van belang om het tot succes te maken. De woonvisie en prestatieafspraken dragen bij aan het vastleggen van deze gezamenlijke ambities en de nodige samenwerkingen.